Rapport net als thuis

Mensen met een (fysieke, verstandelijke, psychische en/of zintuigelijke) beperking die hulp en ondersteuning nodig hebben, geven er vaak de voorkeur aan om ‘zo gewoon mogelijk’ te wonen: kleinschalig, in een gewone woonwijk, waar zij zoveel mogelijk zelf de regie over hun leven kunnen voeren (Voss et al. 2017). Om dit te realiseren nemen ouders van jongvolwassenen kinderen met een beperking soms het initiatief om zelf een woonvorm voor een kleine groep op te zetten en te beheren. Maar welke ouders doen dat en voor wie, en hoe vergaat het hun op de langere termijn? Die vraag is relevant omdat in de participatiesamenleving initiatieven van burgers zoals deze goed passen, maar het anderzijds de vraag is wie hier wel en niet in slagen en waardoor. In dit kwalitatieve onderzoek verkennen we initiatieven voor kleinschalig wonen die zijn opgericht door of op initiatief van ouders met het doel ‘een eigen thuis’ te creëren waar hun kind ‘zelfstandig kan wonen’ als alternatief voor het ouderlijk huis of een zorginstelling. 1 Het gaat dan om een (meestal) kleinschalige woonsituatie waarin een groep bewoners die zorg en/of ondersteuning nodig hebben vanwege een beperking, op een of meerdere adressen dicht bij elkaar wonen en gezamenlijk hun zorg en ondersteuning inkopen en organiseren. De bewoners hebben eigen appartementen of kamers en beschikken over een gemeenschappelijke ruimte waarin groepsactiviteiten plaatsvinden (koken, sociaal contact, begeleiding). De zorg wordt vaak (deels) collectief ingekocht met een persoonsgebonden budget (pgb), maar er zijn ook initiatieven met zorg in natura. We noemen dit ouderinitiatieven, waarbij we doelen op door ouders opgerichte en beheerde woonvormen voor hun kinderen met beperkingen. Onder de bredere term ‘wooninitiatieven’ vallen ook vergelijkbare kleinschalige woonvormen met een ‘verdienmodel’, zoals de Thomashuizen of woonvormen die door een zorgondernemer zijn opgezet. Het onderscheid tussen ouderinitiatieven en andere wooninitiatieven is niet altijd scherp te maken.2 Het kleinschalig wonen past goed bij het beleid van de overheid dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen, met ondersteuning van het sociale en zorgnetwerk. Kleinschalig wonen past beter bij de behoeften van deze tijd dan wonen in een instelling (tk 2012/2013). Hoeveel ouderinitiatieven er inmiddels bestaan is niet bekend, maar geschat wordt dat het zeker om een paar honderd gaat. Op het totaal aantal mensen met een beperking dat intramurale zorg gebruikt, gaat het over een betrekkelijk kleine groep. Er is wel eerder onderzoek gedaan naar wooninitiatieven, maar dat stamt uit de tijd van voor de hervormingen in de langdurige zorg (cvz 2006; Dijk et al. 2011; mee et al. 2014). Met dit onderzoek beogen we een actueel beeld te schetsen van de ouderinitiatieven, meer zicht te krijgen op de redenen van hun oprichting en wat nodig is voor hun voortbestaan. De nadruk ligt op het perspectief van de ouders/initiatiefnemers maar we kijken ook naar (de interactie met) andere actoren zoals zorgaanbieders. De hoofdvraag van dit onderzoek is: Wat zijn de succesfactoren voor het oprichten en voortbestaan van een wooninitiatief, en hoe kunnen deze initiatieven ondersteund worden?

Het complete onderzoek kunt u hier vinden.

Featured Posts
Recent Posts
Archive

Stichting Mijn Eigen Thuis is een maatschappelijke non-profit organisatie en heeft om die reden de ANBI status gekregen. Stichting Mijn Eigen Thuis stelt middelen beschikbaar voor het inhuren van professionele ondersteuning tijdens de realisatie van zelfstandige woonvormen. Daarnaast organiseren we diverse bijeenkomsten en fungeren we als kennisbank voor de sector.